Kerkelijke Provincie Keulen

De Kerkelijke Provincie Keulen
 
IndexPortaleFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Boek der Deugden 4. Het Einde der Tijden

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Elequest
Aartsbisschop
avatar

Aantal berichten : 1200
Leeftijd : 49
Localisation : Leiden
Registration date : 27-07-08

BerichtOnderwerp: Boek der Deugden 4. Het Einde der Tijden   zo maa 06, 2016 4:56 pm

Het Einde der Tijden

Deel I: De Droom

Ik, Ysupso van AlexandriŽ, vrome gelovige van Egypte, zal u mijn openbaring beschrijven die mij was getoond in een droom. Het mag vreemd lijken een droom te bekijken als een echt voorgevoel, maar het lezen van mijn openbaring zal u aantonen dat dit geen gewone droom was. Ik dank de Allerhoogste om mij deze goddelijke taak toe te vertrouwen om Zijn wil aan de wereld te verkondigen.
Mijn droom begon met een zacht wit licht. Ik had het gevoel dat ik mezelf moest wakker maken en, zoals in de vroege ochtend, verdween beetje bij beetje mijn vermoeidheid. Het licht bracht, langzaamerhand met mijn denkbeeldige wekker, zijn hoop kleurschakeringen. Toen zag ik een groep schepselen, mensen met de grote vleugels van vogels, omgeven door een verlichtende ring. Ze bruisenden van liefde en goedheid. Hun blikken waren vol van aardigheid en gevoeligheid en tederheid.
Ik zag daar bij mij al de mensen die, door hun heilige deugdzame leven, de status van engelen hadden bereikt. Zeven van hen overtroffen hun gezellen door het gevoel van goedheid dat zij uitstralen. Ik herkende zonder problemen de zeven gezegende aartsengelen van God: George, beschermer van de vriendschap, MiguaŽl, beschermer van de vrijgevigheid, RaphaŽlle, beschermster van de overtuiging, GabriŽl, beschermer van de soberheid, Michiel, beschermer van de rechtvaardigheid, Selaphiel, beschermer van het plezier, en Galadrielle, beschermster van de bewaring.
Achter hen, zag ik een enorme idylische landschappen. Alles bruisde van grote schoonheid en ik wilde niets liever dan hier blijven tot in de eeuwigheid. Maar het leek vrij leeg. Ik kon de ontelbare verkozenen, die het Paradijs bevolkten, bewonderen. Op hun gelaten zat een uitdrukkingen van grote gelukzaligheid. Het zien van zo'n geluk dat zij die in verdienste leefden vervulde, ik was verheugd voor hen en hoopte dat ook ik hierbij zou mogen horen.
Dan hoorde ik een harde, maar toch serene stem tegen mij zeggen: Zij die je hier ziet zijn zij die wisten hoe zij het Paradijs moesten verdienen, volgens het woord dat ik Aristoteles en Christos toevertrouwde. Maar weet dat de toekomst niet zo helder is voor allen. Ik begreep dat het God Hemzelve was die deze goddelijke boodschap aan tot mij richtte. Vervolgens lieten de engelen mij alleen in gemeenschap met de Allerhoogste. Kijk in de plas met water aan je voeten, zei Hij tot mij.
Ik zag een prachtig land daar. De zachte warmte van de zon koesterde de bomen van de boomgarden, voedde de aren van de gierst, die rechtop stonden, trots, naar de hemel wijzend, en gaf zijn liefde aan de groenten, die weelderig groeiden. Verder, kon ik de koeien zien die zich rustig voedden, vergezeld door de schapen, veilig gehouden door hun herder. De aangename bries verleende zijn kracht aan de molenaar door de wieken van de molen te laten draaien.
De zee voorzag de vissers van veel vis, zodat ze zich konden voedden en zijn landelijke maar zo plezierige geuren, voor zij die het kon appreciŽren, konden opnemen. Te midden van dit vredige leven stond een stad, aaneengeknoopt met muren, zwermend van de activiteit. De ambachtslui werkten om aan de noden van de bevolking te kunnen voldoen en de handelaars spraken vol lof over hun goederen aan hun klanten op de markt.
De kinderen speelden, lachend en lopend in de drukke straten. De herbergen waren gevuld van gelach en de geluiden van vloeistoffen die in kruiken werden gegoten. Een kleine groep verzamelde zich rond de burgemeester, die luisterde naar hun vragen en ze beantwoordde. De klokken galmden en grote aantallen van de inwoners verlieten hun huizen om naar de mis te gaan

Deel II: Het Kasteel

En vanaf dit punt in de tijd begon de horror.
De hemel verduisterde, omgeven door donkere wolken. De donder schreeuwde, echoend in de rieten huizen. En de regen begon te vallen. Een vloed zoals niemand ooit had gezien stroomde in het land! De vlagen van de wind kolkten en de zee woedde zo machtig dat ik enkele vissers zag verdwijnen onder de wateren. Iedereen dacht toen te gaan schuilen, maar de regen hielt niet op met vallen.
Drie dagen en drie nachten, werkte de regen om alle moeite van de boeren, die hun oogsten verloren zagen gaan, tot niets te brengen. De straten waren veranderd in rivieren. Al het land werd opgeslokt door het water. En de zee dreunde met al zijn macht tegen de stad, vernielende de aanmeerplaatsen, de grootste boten tot zinken brengende en de wrakken hiervan op de kust te laten liggen.
Vervolgens, verdonkerde de hemel nog meer, de stralen van de zon volledig verstikkende en alleen verlicht door de bliksem, wiens donder doorheen al de huizen waarin de mensen bang afwachten weerklonk. De regen werd steeds kouder, wat het veranderde in sneeuw. Het vriezen vervolledigde de vernietiging van de oogsten en de ijzige wind geselde de huizen, waarin de mensen, doodsbang, leden van honger en dorst zonder een woord te durven zeggen.
Dan veranderde de sneeuw in hagel. Deze storm bestond uit enorme hagelstenen, zo groot als de omtrek van een schaal en zo hard als steen. Deze sloegen met al hun kracht in op de muren en stenen gebouwen. De daken leken te lijden onder deze behandeling, maar trachten dit te weerstaan. Dit was niet altijd voldoende, omdat vele huizen instorten op hun ongelukkige bewoners, hun kreten om hulp gingen verloren in het lawaai van de instorting.
Maar het martelaarschap leek te stoppen wanneer de hagel afnam en ten slotte stopte. Langzaamerhand verlieten de mensen hun bescheiden schuilplaatsen en een aantal van hen, uitgeput, gingen naar het kasteel toe, om daar antwoorden te vinden op hun vragen. De priester en de hertog spraken het volk toe. Maar de toespraak van de hertog werd abrupt beŽindigd door de instorting van de toren, die hem verpletterde zonder genade of hoop op vergeving.
Inderdaad, de grond begon te beven. En de gekozen ongelukkigen stonden in het pad van het enorme monument. De mensen dachten dan terug te lopen naar hun schuilplaatsen. Maar de verzwakte huizen storten in, een voor een. De straten begaven het, openend in verschillende scheuren, de ongelukkigen opslokkend die in hun vreselijke val liepen. De muren, al door de hagel getroffen, storten in, hun dodentol opeisend.
De hele stad werd beetje bij beetje vernietigd, vele mensen die in paniek scheeuwden achterlatende. Alleen de kerk had de aanvallen van de vrijgelaten elementen doorstaan; het heilige gebouw leek gespaard van de verschrikkingen. De grond stopte met beven en kwam tot rust. Zonder een woord, begaven de overlevenden zich naar het huis van God. De priester was er. Hij preekte over berouw voor de gepleegde zonden. Zijn levensstijl was van goud, maar men voelde de doodsangst in zijn stem dat zijn gebeden niet genoeg waren om hen te helpen. Maar allen luisteren naar de preek van de priester zoals ze nog nooit geluisterd hadden.

Deel III: De Kerk

De wind sloeg met harde dreunen tegen de kerk, het liet het gebouw trillen. De hemel, duister en ijzig, was gelvuld met dreigende wolken van herculische proporties. Overal rond de kerk verscheurde de bliksem de lucht, gevolgd door zijn handlanger, de donder, die weerklonk in de angstige harten van de menigte.
De priester bemoedigde de menigte met zijn gebeden. Hij liet hen steeds herinneren dat ze niets te vrezen zouden hebben als ze het goddelijke woord dat hun werd gegeven door de Profeet, Aristoteles, en the Messias, Christos in hun geest hielden. De puurheid van zijn geloof spoorde zijn luisteraars aan tot boetedoening voor hun zonden. En hij herhaald zonder ophouden dat het tijd was voor de zielen vol zonden om de biecht af te leggen. Maar niemand luisterde nog naar hem, de angst verdreef hun gevoel voor rede, en allen keken nu door de glas-in-loodramen van de kerk.
Vanaf dit punt in de tijd viel het derde onheil over hen heen. De wind verdubbelde in kracht, de wind werd een vlaag en de vlaag werd een storm. De vernieling bereikte zijn hoogtepunt wanneer een verschrikkelijke tornado het kerkgebouw aanviel. Deze brak de glas-in-loodramen, en vulde het gebouw met zijn ijzige adem. De scherven gekleurd glas vielen naar beneden als een regen van messen op de ongelukkigen in de kerk.
De tornado hief de kerkbanken op en sloeg ze tegen de muur, waar ze in splinters en houtstukken uit een vlogen. De menigte was verward van angst en botste tegen elkaar op. De standbeelden vielen van hun voetstukken en kwamen neer op de vloer en barsten in duizend stukken. De imposante deuren van de kerk waren enkele eeuwen oud. Zij kenden de gesel des tijds, maar gaven nooit een teken van zwakte hieraan. Maar de tornado liet ze weg vliegen als een strohalm.
Het lawaai van de storm was groter dan het opzeggen van gebeden van de priester. Hij stopte wanneer hij een jong kind zag vallen op de grond. En enorme steunbalk dreigde op het kind te vallen en het te verpletteren. De priester wierp zich naar het kind en duwde het van het pad van de vallende balk. Deze opoffering bleek ongelukkig genoeg nutteloos, omdat het hele gebouw instorte op de inzittenden, van wie maar enkele overlevenden konden ontsnappen.
Deze waren niet de gelukkigen, want zij hadden uiteindelijk het ongeluk op het laatste onheil mee te maken. De stad was niet meer, een veld van puin op de verscheurde grond. De zee was ontketend onder een inktzwarte hemel gespleten door bliksem, de velden, de weiden en de boomgaarden waren verdronken en maar enkele bomen stonden nog min of meer recht.
De overlevenden zagen hoe deze laatsten spontaan vuur vatten. Ze schreeuwen met alle kracht die ze nog hadden. De ijzige wind warmde plots op tot een pijnlijke hitte die zich in de hemel verspreidde. De wolken veranderenden van kleur en weerkaasten de vlammen die zich badden over de stad. Vuur verscheurde alles wat nog overleefde in een gigantische inferno. De ongelukkige mensen die de drie andere onheilen hadden overleefden huilen van de pijn wanneer de woeste inferno hun vlees vernietigde, niets van hun lichamen achterlatend.

Deel IV: Het Goddelijke Oordeel

Ik keek op, weg van de plas waar al deze verschrikkelijk beelden zich voor mijn ogen hadden afgespeeld. Ik beefde, de kreten van het lijden van de arme slachtoffers van de vier onheilen weerklonken in mijn hart. Warme tranen stroomden over mijn gezicht, zo vreselijk was het lot van deze ongelukkigen.
Vervolgens, God, in een zachte en geruststellende stem, zei tegen me: Zie hoe vreselijk het einde van de wereld die je zo graag hebt is. Het zal vernietigd worden door water, aarde, wind en vuur. Maar vrees niet, want, als je deugdzaam bent zal je dit nutteloze lijden gespaard blijven. En zij die leven in verdienste hoeven zich geen zorgen te maken, want Ik vergeet nooit zij die Mij liefhebben. Ik zag inderdaad dat de wolken verdwenen, de wind werd terug kalm en de vlammen stierven. Maar, de grond beefde verder, een prachtig zicht onthullend.
De mannen en vrouwen die hadden geleefd door de gruwelijkheden die ik in de poel had gezien verlieten de wereld, vliegend. Ze waren ontelbaar, elk van hen dichtbij elkaar uit noodzaak, een echte zee van menselijkheid. Ondanks de tijd die ze hadden doorgebracht onder de grond, leken ze een nieuwe jeugd gevonden te hebben. Ze vlogen weg in een fantastische wolk van schepselen om zich bij hun Schepper te vervoegen.
Achter hen zag ik de wereld, een gigantische bol van materie. Al de mensen hadden het achtergelaten. Zijn bodem kraakte, de titanische vlammen rezen op uit de scheuren. Dan, ontplofte de hele wereld. Het verlichtte de andere sterren in een krachtige rode gloed. Tenslotte, in een ongeŽvenaarde explosie, vervolledigde het de opdracht die God het had toevertrouwd.
De mensen werden over de sterren verdeeld, op wat men noemt de Melkweg. Ze waren georganiseerd in een rij die eindeloos leek. Sommigen leken blij te wachten op het Goddelijke Oordeel, anderen lietten bittere tranen, ze hadden er spijt van nooit naar de goddelijke woorden van de Profeet Aristoteles en Christos, de Messias, te luisteren. De engelen wachten geduldig op de mensen op de zon. En, op de maan, toonden de demonen hun haat met een gezicht op een verdoemde toekomst.
En God zei tegen mij: Aanschouw. Deze mannen en deze vrouwen wachten nu op het oordeel van hun harten. Ik liet je streven naar een deugdzaam leven en Ik deed het op zo'n manier dat als iemand het deed, het verspreid zou worden naar anderen. Daarin herkende ik de leer van Aristoteles en de woorden van Christos!Dit doel is er altijd al geweest, voegde hij hieraan toe, Mij dienen, Mij eren en Mij liefhebben, maar ook elkaar liefhebben. Ik ben de onzichtbare hand die je leid op je weg, maar een aantal onder jullie weken af van Mijn Woord.
Je word een voor een beoordeeld wanneer je sterft, maar dat is niet altijd het geval. Inderdaad, Ik liet het wezen dat ik niet benoemd heb zijn uitspraak dat de sterken de zwakkeren moeten overheersen bewijzen. Als, nogmaals, je afwijkt naar de Zonden in grote aantallen, zal Ik je getoond heb in de plas water gebeuren. Als je vergeet, de liefde die Ik heb voor jou, en hierdoor, stopt met Mij lief te hebben, zal alles gebeuren zoals je gezien hebt. Als er aan Mijn Woord, verspreid door Aristoteles en Christos, geen aandacht meer wordt gehecht, zal Ik de wereld en al het leven erop vernietigen, omdat de liefde er niet meer zal zijn. Dus, waak erover dat Mijn Woord niet verdwijnt in de putten van vergetelheid van je geheugen.
Omwille van deze reden hebben ik dit alles aan jou geopenbaard. De deugdzaamheid moet elk van je stappen leiden. Iedereen moet de deugdzaamheid doorgeven aan zijn nakomelingen. Zo is het Woord Gods. Je ontsnapt niet van de wijze weg van Zijn Hand, of de dag dat wereld verdwijnt is aangebroken.

Deel V: De Vragen

Maar vele vragen waen nog niet beantwoord. Ik vroeg God of hij me verder wilde verlichten, en, in Zijn grote goedheid, stemde Hij toe.
Ik vroeg Hem: Wanneer zullen we beoordeeld worden? Wat zullen de droefheden en de beloningen zijn die we zullen hebben? Hij antwoordde me: Ik besliste, wanneer Ik de mensen tot Mijn kinderen maakte, hen het grootste en mooiste geschenk te geven van allemaal: Ik heb al jullie geesten tot eeuwige zielen gemaakt, zodoende kunnen jullie het Paradijs verdienen als je de leer van Aristoteles en Christos volgt, maar gestraft zullen jullie worden in de Hel als jullie afwijken van de wegen die zij je zijn voorgegaan. Jullie zijn in Mijn rechtszaal van beoordeling door jullie levens. Elke gedachte, elk woord en elke daad beÔnvloeden Mijn uiteindelijke oordeel. Wanneer elk van jullie sterft, beslis Ik over jullie eeuwige bestemming. Naar gelang je deugdzaam was of een zondaar zul je de rijen van de uitverkorenen of de vervloekten vervoegen.
Vervolgens vroeg ik Hem: Maar wat zullen de mensen zijn, zij die de zon of de maan bereiken? Zullen we alleen bestaan uit pure geesten? Wat zal er worden van onze lichamen? Wat zijn deze engelen en deze demonen? Hij antwoordde me: Het lichaam kan niet leven zonder de geest en de geest kan niet leven zonder het lichaam, omdat Ik het leven verenigde uit deze twee staten. Wanneer een mens het Paradijs of de Hel bereikt is het lichaam dat hij had op de wereld verlaten van het voeden van het leven en een nieuw lichaam wordt hem in ruil daarvoor gegeven. Deze is evenwaardig aan het beeld van de geest van de mens waaraan het gegeven is: het vertegenwoordigd oftewel de schoonheid ervan oftwel de lelijkheid. De engelen zijn zij die, door hun heiligheid, een lichaam hebben ontvangen dat zo perfect is dat ze Mij mogen helpen in de zon. De demonen zijn zij die leefden in zoveel zonde dat hun lichamen alleen maar horror en beestachtig zijn.
Nog steeds vroeg ik Hem: Het doopsel is het sacrament welke zich erop toelegt om de toegang te verschaffen aan een mens in de gemeenschap van gelovigen. Zonder dit is er geen toegang tot het mogelijke Paradijs. Maar wat zal er gebeuren met de arme kinderen wiens leven beŽindigd is voor ze de kans hadden om gedoopt te worden? En Hij antwoordde me: Ik maak je een van de uitverkorenen met je geboorte, omdat je van nature tot mij aangetrokken word. Het zijn je zonden die je van Mijn goddelijke perfectie afdrijven.
Het doopsel maakt het mogelijk voor de deugdzaamheid om de zonden af te kopen; maakt het mogelijk voor de liefde om de apathie te overkomen. De deugdzame die niet gedoopt is zal zijn fouten niet wissen, omdat Ik zijn inkomst bij de gemeenschap van Mijn gelovigen niet heb gezegend. Maar geloof niet dat het feit dat je gedoopt bent je de toestemming geeft te zondigen zonder schaamte. Dit sacrament is alleen betekenis van het leven in deugdzaamheid. Maar allen die niet gedoopt zijn, zijnde kinderen of volwassen, als zij absoluut nooit gezondigd hebben zullen ook zij het Paradijs kunnen bereiken via dezelfde weg.
Tenslotte vroeg ik Hem: Zal het Einde der Tijden hoe dan ook plaats nemen? Hij antwoordde: Nee, Ik zal beslissen om de wereld te vernietigen als de mensen vol zijn van zonden en rede geven aan het wezen dat ik niet benoemd heb. Weet dat de toekomst afhangt van jouw deugdzaamheid. Je moet het Woord dat Ik via Aristoteles en Christos in de wereld heb gestuurd respecteren, omdat, als je je gedraagt zoals de bewoners van OanyloniŽ, je ondeugden je zullen binden aan het lot van de wereld waarvan je zo houd.
Dan zei God tegen me dat de tijd gekomen was dat ik naar huis moest terugkeren, dat mijn droom ten einde was en dat ik wakker moest worden. Opgelucht van zoveel van God Hemzelf geleerd te hebben, keerde ik terug naar mijn zachte bed, waarin in wakker werd. Nog steeds verstoord door deze openbaring, schreef ik deze boodschap van God in de woorden die Hij me had gegeven om dit te doen.


_________________

Bisschop in partibus van AntinoŽ †*** Ritter Teutoonse Orde
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
Boek der Deugden 4. Het Einde der Tijden
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Kerkelijke Provincie Keulen :: Aartsbisdom Keulen :: De Bibliotheek :: Scriptorium-
Ga naar: