Kerkelijke Provincie Keulen

De Kerkelijke Provincie Keulen
 
IndexPortaleFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Boek der Deugden 2. De Prehistorie

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Elequest
Aartsbisschop
avatar

Aantal berichten : 1200
Leeftijd : 49
Localisation : Leiden
Registration date : 27-07-08

BerichtOnderwerp: Boek der Deugden 2. De Prehistorie    zo maa 06, 2016 4:47 pm

De Prehistorie

Deel I: OanyloniŽ

De mensen waren voortaan de kinderen van God. Dat had voor gevolg dat zij nu van een ziel waren voorzien, dat zij aan het eind der tijden, in functie van hun deugdelijke daden zouden beoordeeld worden. Bovendien werden zij nu gewijd om te werken om hun levensonderhoud te waarborgen. De andere schepselen afkomstig uit de Schepping, uitgezonderd die door de Zeer-Hoog niet benoemd waren, stonden onder hen. De mensen konden ze aldus voeden en aansterken om zich ermee te voeden.
God werkte niet meer aan de wereld, Zijn kinderen liet Hij leven en groeien. Hij had aan het schepsel, dat Hij niet genoemd had, de vrijheid gegeven om ze te verleiden zodat zij moeten kiezen tussen de weg van de deugd en die van de zonde. Zijnde Alleswetend, wist Hij reeds hoe hun toekomst zou zijn, maar Hij hen was om die te ontdekken en zich zelf te bewijzen tegenover de anderen en tegenover Hem, zonder ze van te voren te oordelen.
Oanyus, die juist aan God had geantwoord, was nu van het statuut van eenvoudig van geest van de gemeenschap naar gids van deze laatste gepromoveerd. Hij nam dan ook deze taak volledig op zich. Hij leidde ze door de wereld om een gunstige plaats voor hun ontplooiing bevinden. Gedurende vele jaren staken zij woestijnen door, bergen en vlaktes van de gehele wereld. Oanyus verzwakte heel ernstig naderhand de lengte van deze reis groter werd, maar hij gaf nooit op.
Tenslotte kwam de dag waar zij een gunstig dal voor hun verdere bestaan vonden. Er bevond zich een meer, dat overstromend van vis leek. Uitgebreide ruimtes waren gunstig aan de veeteelt en de cultuur. De nabijgelegen bossen zouden hout leveren. Er was zelfs een boomgaard, waar talrijke vruchtbomen groeiden. Het dal bevond zich aan de voet van een berg, van waar delfstoffen, zoals goud, ijzer of steenkool, geŽxploiteerd konden worden.
Oanyus was verrukt dat zijn missie en doel tenslotte ten einde heeft kunnen lopen. Hij bewonderde de vlaktes tot hij opeens instortte en zo op de grond viel. Iedereen kwam als een kudde om hem heen staan om hem tot hulp te komen. Enkelen probeerden om hem in een zittende positie te houden, maar het was duidelijk voor iedereen die hij zijn laatste momenten beleefde. Maar, ondanks het tragische van de gebeurtenis, ondanks dat iedereen de schrik van hun leven hadden, had Oanyus een volle glimlach van kalmte.
Hij zei: "Wees niet gevreesd, want mijn dood is slechts een overgang om naar God te keren. Ik heb de plaats bereikt die God me in deze wereld gereserveerd heeft en heb vervuld wat hij van mij verwachtte. De dood is niet voor mij het verlies van het leven maar de overgang naar een ander, zeer beter bestaan. Hetzelfde zal voor u gelden als u in de deugd kunt leven. zorg, dat uw tranen niet van bedroefdheid maar van vreugde zijn, want de Zeer-Hoge schenkt me het mooiste cadeau. Houdt van Hem en Hij zal van u houden. Aanbidt Hem en Hij zal u zegenen. Leeft in de deugd en Hij zal u aan Zijn zijde verwelkomen."
Toen gaf hij zijn laatste adem. En ieder keek elkaar aan, niet begrijpend deze kalmte die nog op het gezicht van hun gids af te lezen was. Zij begroeven zijn lichaam te midden van het dal, daar waar zij voortaan zouden leven. Zij deden de eed dat, elke week, zij rond zijn graf zouden bijeenkomen, opdat hij ze vergezelt en ze begeleidt wanneer zij aan God hulde zouden brengen.
Maar geen enkele omvatte dat de liefde die Oanyus voor God had, hem de dood met een zoveel kalmte aanvaardt had. Maar niemand wilde hem het mindere verwijt doen, hij die zoveel voor hen had gedaan. Ter ere aan zijn leven ten dienste van de mens en God, besloten zij om de stad te vernoemen naar die zij had begelijdt: OanyloniŽ, "de stad van Oanyus".

Deel II: Het Werk

Terwijl ze hun werk deden, werden de mannen en de vrouwen steeds talrijker, ze behielden hun liefde voor God en hielden het Wezen zonder Naam in de schaduw. Deze voedde elke dag een beetje zijn bitterheid en woede tegen het volk dat zo door God werd geliefd en die zijn plek had ingenomen als heerser van de Schepping. De mannen en vrouwen leefden zonder zorgen terwijl in de schaduw, hun vijand zijn wraak aan het voorbereiden was.
God had de mannen en vrouwen opgedragen te werken om hun overleving veilig te stellen. Dit harde werk weerhield hen van apathie. En de mannen en vrouwen konden inventief zijn, omdat God hen zo had geschapen. Zij verzamelde wat Hij voor hem aan de natuur had geschonken. Zij leerden de bronnen te organiseren en controleren om in hun onderhoud te voorzien en hun leven te verbeteren.
Ze namen het graan dat in de natuur groeide en cultiveerde het voor hun velden. De molenaar vermaalde het graan in zijn molen tot meel. De bakker bakte dit in zijn oven tot brood. Ze namen de maÔs dat in de natuur groeide en cultiveerde dat ook voor hun velden. Ze namen de groenten uit de natuur en cultiveerden die in hun moestuinen. Ze verzamelde de vruchten uit de bomen en struiken en voedden zich met deze. De vreugde die hen door de groenten en vruchten ten deel viel, maakte hen plezierige in de omgang.
In de zeeŽn, rivieren en meren, vingen ze vissen waardoor hun intelligentie werd verhoogd. Ze vonden een boot uit waardoor hun visvangst werd verbeterd. Soms werd er in de ochtend iemand wakker onder een boot. Ze dankten God voor dit geschenk aan hen. Ze hielden koeien, varkens en schapen in hun weiden, en verzorgden deze wezens die door God aan hen waren toevertrouwd. Ze voedde ze en ze werden vetter en vetter.
De slager prepareerde het vlees uit de karkassen van deze beesten. Daartoe maakten ze een mes, waarmee ze het vlees in stukken konden snijden. Ze voedde zich met het vlees en ze voelden zich sterker worden nadat ze het gegeten hadden. Van de koeien kregen ze ook melk, een heerlijke zachte nectar zonder gelijke.
Ze schoren de schapen en maakten er wol van. Van de huiden maakten ze leer. Van de wol en het leer maakten ze kleding die hen beschermde tegen de wind en hen een decent uiterlijk gaf. Omdat de natuur hen alles gaf wat ze zich konden wensen, moesten ze vaten maken, zodat ze alle vruchten van hun werk konden bewaren.
Om zichzelf te beschermen als de hemel openbarstte, bouwden ze voor zichzelf huizen om in te wonen. Deze richtte ze in met bedden, tafels, stoelen, kaarsenÖÖen alles wat het comfort van hun leven kon verhogen. Daarvoor delfden de mijnwerkers steen en ijzer uit de mijnen en de houthakkers hakten bomen om. Om hun werk te vergemakkelijken smolt de smid het ijzer en bewerkte het hout om werktuigen voor hen te smeden, zoals bijlen en messen.
Soms droeg God extra bij aan al deze vreugde, door diegene die gelukkig waren met deze wereld voedsel te schenken dat ze niet hoefden te produceren. Soms moedigde Hij hen ook aan door ze meer charismatisch, sterker of intelligent te maken. En elke Zondag, voor de maaltijd, ontmoette ze elkaar in het midden van hun stad, rondom de tombe van Oane, om samen te bidden tot Hem die zo van hen hield. Ze hadden inderdaad nog geen priesters, omdat ze die nog niet nodig hadden, want zij stonden in direct contact met God.

Deel III: De Apathie

De samenleving van mannen en vrouwen werd steeds mooier en verfijnder.
En, ze leerden hoe ze wijn uit druiven moesten maken, na lange jaren van proberen om de subtiliteit en verfijndheid van deze drank te leren kennen. Ook leerden ze om bier te maken uit gerst en hop. hiervoor maakten ketels van enorme afmetingen. Ze moesten leren om samen te werken ten einde de beoogde resultaten te behalen. Maar ze twijfelde er niet aan dat de inspanning allemaal de moeite waard was.
Bovendien werden kunst en wetenschap ontwikkeld om hen nog dichter bij God te laten zijn. Ze leerden om muziek te componeren waardoor de liederen onbeschrijfelijk mooi werden en de instrumenten die ze begeleiden nog beter gemaakt werden. Ze ontdekten planten om hun wonden te helen en ziekten te genezen, zodat hun gezondheid hen in staat stelde God nog langer de dienen en te eren. Ze vonden het schrift uit, zodat ze alle kennis konden bewaren voor de volgende generaties.
God was tevreden. Zijn kinderen hadden zichzelf gesetteld op de plek die Hij hen gegeven had. Maar hij wist dat na deze mooie lente de bloemen van de Deugd zouden verwelken, omdat het Wezen Zonder Naam zich nog steeds wentelde in zijn haat en woede. Liggend in de duisternis, wachtte het op het juiste moment om aan de Meest Hoge te bewijzen dat het antwoord dat Oane Hem had gegeven, niet het beste was. Het hield vast in zijn fout, ontkende de kracht van de liefde en bleef volharden in de dominantie van de sterke over de zwakken, als het doel van het leven.
Maar alle uitvindingen die de mensen hadden gedaan maakte dat hun werk steeds minder zwaar werd. Ze hadden steeds minder wek te doen en steeds meer vruchten om te verzamelen. Waar ze voordien een maand nodig hadden om graan te verbouwen en te oogsten, hadden ze nu voor de zelfde hoeveelheid maar een derde van de tijd nodig. Waar ze voorheen slecht ťťn vis in de twee dagen konden vangen, was dat er nu ťťn per dag, en soms zelfs twee. Waar ze voorheen elke dag moesten werken om groenten te verbouwen, hoefden ze nu alleen nog maar te oogsten.
de hoofdwetenschap bestond nog niet, want Theologie was nog onbekend bij de mensen. Omdat er geen priesters waren, was er nog niemand die zichzelf helemaal aan God kon wijden. Omdat er nog geen Heilige Tekst was, was er ook niets om te studeren. Het menselijk geloof was nog primitief, in de zin dat er nog geen intermediair was tussen mens en God. Maar deze blijkbare puurheid van hun liefde voor God was precies datgene wat hen naar hun verlies zou leiden.
De mensen werden vergiftigd door de vriendelijkheid van hun leven. Ze vonden het allemaal zo gemakkelijk en vriendelijk dat ze het verlangen om hun leven aan werk te wijden niet meer begrepen. Elk plezier gaf hen de gelegenheid om hun werk te verwaarlozen. Ze hielden van de wereld, maar vanwege de wereld zelf, niet omdat God het hen gegeven had, vanwege hun liefde voor Hem. Zo werden ze beetje bij beetje weggeleid van hun liefde voor God.
Zo ontdekten de mensen onvrijwillig de eerste zonde. Deze kreeg later de naam apathie. Deze zonde bestaat uit het afgeleid worden van de goddelijke liefde, zichzelf over geven aan het materiŽle leven door het spirituele leven te ontkennen, bezig te zijn met het heden zonder rekening te houden met wat God voor ons in gedachte had. Deze ene zonde zou de andere zonden tot gevolg hebben, en zo de mensen naar hun verlies leiden. Het bereikte zijn hoogtepunt toen de Zondag niet meer werd gebruikt voor gebed, maar voor ijdele zaken.

Deel IV: De Zonden

De mensen hadden apathie ontdekt. Ze hadden de liefde van God geschonden. Ze behaagden de materiŽle zaken die Hij voor hen had gemaakt, boven God zelf. Ze hadden veel plezier met een deel van het goddelijke, terwijl ze vergaten dat ze het geheel moesten liefhebben. Oane was er niet meer om hen te leiden, degene die de enige was die echt begreep wat de liefde van de Meest Hoge betekende. Nu, zonder hun gids, konden de mensen niet langer het onderscheid maken tussen de deugd en de zonde.
Sommigen gingen meer eten dan vanwege hun honger strikt noodzakelijk was, en haalden daar veel plezier uit dat steeds groter werd. De zoete smaak van fruit, de sappige aromaís van het vlees en de bedwelmende alcohol kwamen in de plaats van de simpele geneugten des levens. Er was geen plek meer in hun leven voor de zachte geuren van bloemen, of de schoonheid van het landschap. Ze kwamen zelfs tot een punt dat de vele vruchten van hun werk niet meer genoeg waren om hun behoeftes te vervullen.
Op dit moment werden de banden tussen de mannen en vrouwen verbroken door hebzucht. Iedereen hield de vruchten van zijn werk voor zichzelf en weigerde het te delen met anderen. De sterken produceerden meer, aten meer, dronken meer, en werden steeds sterker. De zwakkeren produceerden minder, aten minder, dronken minder, en werden zwakker. De gemeenschap van mannen en vrouwen viel uiteen zich vanwege hun ongecontroleerde verlangen naar materiŽle zaken die hen in verval leidde.
toen ontwikkelde de man en vrouw trots. De sterken begonnen de zwakken te verachten, iets waar ze maar geen genoeg van konden krijgen. Net zoals het Wezen Zonder Naam, dachten zij nu ook dat de sterken de zwakken behoorden te domineren. Het Wezen Zonder naam zag aldus dat zijn uur van wraak was aangebroken. Het bewoog in de duisternis en benaderde degene die veracht werden. Het vroeg hen: ďwaarom laten jullie je zo behandelen door die anderen, waarom handelen jullie niet om de rollen om te draaien?Ē
En de zwakken begonnen de sterken te benijden. De sterken, die tevreden waren met de situatie, zagen niet dat de zwakken zich afvroegen waarom zij minder bedeeld waren dan de sterken. Het Wezen Zonder Naam was vervuld van vreugde, want het voelde dat zijn uur van de overwinning nabij was. het mompelde in de oren van de zwakken en wakkerde hun verlangen aan. Woede brandde in de harten van de zwakken, die zich van binnen verzette tegen deze onrechtvaardigheid. Het vroeg hen waarom ze dit gevoel in hun geest hielden en niet naar buiten toe uitdrukten?
Toen vielen de mannen en vrouwen hun broeders en zusters aan. Ze namen messen en bijlen in hun hand, en de een sloeg de ander in een storm van geweld en vernietiging. Ze hadden zojuist oorlog ontdekt, dat zijn hoogtepunt bereikte toen de een begon met het platbranden van het huis en de velden van de ander. Het Wezen Zonder Naam kwam weer bij degene die naar het geluisterd had en zei dat geweld en haat hen vanaf nu in staat zou stellen om over hun buren te heersen.
De man nam de vrouw en de vrouw nam de man. De sterken misbruikten de zwakken en de zwakken leden onder de sterken. Allen smolten samen in een bestiale orgie van indecente aanvallen en geweld. Hun verstrengelde lichamen reflecteerden de vlammen van de brandende huizen. Voedsel werd verorberd en drank naar binnen gegoten. Het gefluister moedigde het indecente gedrag aan. Een waarlijke orgie van ondeugd vond plaats. En er was geen aandacht meer voor de liefde van God.

Deel V: De Koning der Zonden

Dat duurde weken en zelfs maanden. De menselijke ondeugd kende geen grenzen meer. Verder had op dit ogenblik niemand ook maar de minste intentie om te werken. Geweld en de onfatsoenlijke aanvallen waren hun dagelijks brood. De graanschuren werden omvergehaald en iedereen vocht om zoveel mogelijk voedsel te krijgen. Zij wilden niets anders dan zich overgeven aan hun buitensporige verlangen naar materiŽle dingen.
Allen waren voorzichtig naar elkaar. Het minste voorwendsel was al reden om opnieuw een symfonie van geweld te doen losbarsten. Als er ťťn, gedreven door hebzucht, voedsel benijdde dat een ander had en het probeerde te stelen van hemzelf dan beantwoordde die ander, vol van inhaligheid, dit direct met geweld. Niemand sprak meer woorden die niet een bedreiging of belediging waren.
De mannen en de vrouwen keken niet meer op naar de sterren. De zonde had de controle over hun leven overgenomen. Zij vergaten zelfs het bestaan van God en voelde niets meer van Zijn liefde. Zij hielden nergens meer van behalve de ongezonde genoegens van de zonde. Nu zonder Oanyus om hen te leiden, werd de deugd vergeten en de zedeloosheid werd hoog op een voetstuk geplaatst in hun gehate leven.
De enige communicatie die zij nog hadden met de wereld om hun heen was met het wezen dat God geen naam had gegeven. Het zwolg in blijdschap, denkende dat het eindelijk aan de Allerhoogste had laten zien dat zijn antwoord waar was en dat van Oanyus onjuist was. Volgens dit wezen, moesten de sterken heersen over de zwakken en moesten de zwakken zich altijd overgeven. Het ontkende de macht van de liefde en haatte Oanyus vanwege de zuiverheid van zijn geloof.
Het was de enige die zich herinnerde dat hij was begraven in het centrum van de stad. In trots ging het naar de tombe en haalde de grafsteen naar boven. Het groef het lichaam van Oanyus op en danste de hele nacht, het lichaam vertrappend, en zingend van vreugde over het vernietigen van zijn werk. Overal om het heen brandde de stad, de mensen vochten, werden aangerand, pleegden zelfmoord en werden gezamenlijk gemarteld. Het uur van zijn triomf leek te zijn aangebroken.
Het ging naar de mijnen om te ontdekken wat het nodig had om een kroon te smeden als heerser over de Schepping. De kroon werd gemaakt van goud, zilver, robijnen, emeralden en alles wat men kon vinden dat enige waarde had in de wereld. Het gewicht getuigde van de trots en haat richting de mannen en vrouwen die het wezen het gecorrumpeerd. En deze was de enige die zijn ogen richtte naar de hemel, maar enkel om zijn grijns van triomf te laten zien aan God, waarvan het verwachtte dat Hij zou toegeven dat Hij fout was.
Toen besloot God de mensen een grote les te leren omdat zij Hem verraden hadden. De hemel werd zwart boven de gemeenschap en de wind blies met grote kracht. Hij sprak tot hen: ĎToen ik jullie Mijn liefde gaf, wendden jullie je af van Mij, de voorkeur gevend aan het luisteren van de woorden van het wezen dat ik geen naam gaf. Jullie gaven er de voorkeur aan om jezelf over te geven aan aardse genoegens liever dan te zoeken naar Mijn genade.í
Hij voegde toe: ĎIk heb voor jullie een plek geschapen die de Hel heet, ik heb dit geplaatst in de maan, waar de slechtste van jullie een eeuwigheid van kwellingen zullen doormaken om jullie te straffen voor jullie zonden. Binnen zeven dagen zal jullie stad worden verzwolgen door vlammen. Zij die hier blijven zullen een eeuwigheid moeten doorbrengen in de hel. Echter, Ik ben grootmoedig, zij onder jullie die in staat zijn om boete te doen zullen een eeuwigheid doorbrengen op de zon, in het Paradijs.

Deel VI: De Straf

De mensen hadden zich zo overgeleverd aan de zonde dat God besloot hen te straffen. Maar hun overgave aan het kwaad was echter zo groot, dat de meerderheid niet meer wist waaraan ze zondigden. Ze genoten zo van de pleziertjes van het leven, dat ze huiverden bij het idee hier van afscheid te moeten nemen. Daarom besloot een aantal onder hen de verdoemde stad Oanylone te ontvluchten. Maar Het-Wezen-Zonder-Naam vond zeven mensen waarvan de smaak voor de zonde zo uitgesproken was, dat ze er elk de belichaming van waren.
Asmodťť had zich overgeleverd aan de gulzigheid, Azazel aan de wellust, Belial aan de ijdelheid, Lucifer aan de gemakzucht, Belzebuth aan de gierigheid, Leviathan aan de woede en Satan aan de afgunst. Volgens de raadgevingen van Het-Wezen-Zonder-Naam predikten zij de opstand tegen God, verzekerend dat enkel Gods jaloersheid de motivatie was voor het straffen van de mensen. Ze voegden er aan toe dat Hij zwak was, en Hij nooit Zijn bedreiging kon waar maken. Een aantal mensen luisterende met aandacht.
Zeven mensen hadden echter begrepen welke fout zij hadden begaan. Hun namen waren GabriŽl, Georges, Michel, Michael GaladriŽlle, SylphaŽl en RafaŽl. Zij predikten deemoed, verzekerend dat men de straf van God diende te aanvaarden, om gereinigd te worden van alle zonden. Hun toespraken getuigden van de deugden die zij verpersoonlijkten. GabriŽl van matigheid, Georges van naastenliefde, Michel van rechtvaardigheid, Michael van kuisheid, GaladriŽlle van moed, SylphaŽl van wijsheid, en RafaŽl van geloof. Enkel een handjevol mensen luisterde naar hun woorden. Maar de zuiverheid van hun geloof was goed voor het kwade van honderd zondaars.
De zes dagen waren verschrikkelijk. De bliksems verscheurden de hemel en de donder ondermijnde de wil van de zwakken. Sommigen ontvluchtten de stad. Enkel de grootste zondaars, die luisterden naar de preken van de zeven ondeugdzamen bleven, evenals de deugdzamen, om samen gewillig de straf van God te ondergaan, zoals de verpersoonlijkingen van de deugden hadden gevraagd Zelfs Het-Wezen-Zonder-Naam had uit voorzichtigheid de vlucht genomen, de zeven ontaarden achterlatend in hun blinde waanzin.
De zevende dag eindigde het godsgericht met een onmetelijke ramp. Met een oorverdovende aardbeving opende zich de aarde onder de voeten van de enkelingen, die in de stad waren gebleven. Door vlammen hoog als een kathedraal werden ze verteerd. De gebouwen stortten in, waarbij de brokstukken hun bewoners bedelfden, de vlammen verwoesten alles. Alras werd de gehele stad verslonden in de ingewanden van de aarde, geen enkel spoor nalatend van zijn bestaan.
De zeven ondeugdzamen werden door God gestraft. Zij werden op de maan geworpen, sindsdien levend in eeuwige pijnen onder de naam van Prins-demoon. Hun volgelingen ondergingen hetzelfde verschrikkelijke lot, en dragen sinds dan de naam van demoon. Hun liefde voor het kwaad, en hun haat voor God is in de loop der tijden enkel gegroeid, en zij nemen meer en meer een ziekelijk genoegen in het beoefenen van hun ondeugden. Hun lichaam weerspiegelt beetje bij beetje het kwade en beestachtige van hun ziel.
God zag echter dat de zeven zuiveren, evenals hun volgelingen, hadden bewezen dat de mensen in staat waren tot berouw en nederigheid. Hij verhief hen in de zon en ze werden gezegend met de oneindige gelukzaligheid in het Paradijs. De zeven zuiveren werden benoemd tot aartsengel, en hun volgelingen tot engel. Ze moeten Den Zeer Hogen bijstaan, de mensen helpend, telkens het nodig is, om de pogingen van het monster, die Hij niet heeft benoemd, te bestrijden.

Deel VII: De Verbanning

De hele stad van OanyloniŽ was dus opgenomen in de ingewanden van de aarde, opgeslokt door de vlammen. Om het land te zuiveren verspreidde God zout over de sporen van de Stad der Zonden, zodat daar nooit meer mensen zich zouden vestigen en welvaren. De macht van dit heilige cataclysme hulde de hemel in duister voor vele mijlen. De verschillende groepen die waren gevlucht verdubbelden hun snelheid om aan de catastrofe te ontkomen, alles achterlatend van hun oude leven. De meerderheid schreeuwde het uit bij wat hen zeer onrechtvaardig voorkwam. Gescheiden van God en Zijn liefde, begrepen zij niet de juistheid van Zijn heilige beslissing.
Sommigen kwamen aan bij de zee. Ze hakten hout en maakten boten. Het koste hen veel tijd om deze constructies af te maken. Ja, ze waren de kunst van het werken vergeten en het deed hen pijn om aan het werk te moeten. Ze brachten meer tijd door met lachen op het strand dan zoeken naar eten of bouwend aan hun schepen. Maar de rollende wolken van zand herinnerende hen altijd eraan dat ze aan het zouden moeten werken. Stukje bij beetje kregen ze weer plezier in hun inspanningen, zelfs al leefden ze niet deugdzaam, ze kenen ook niet meer de diepe zonde waarin ze geleefd hadden in OanyloniŽ.
Toen de boten klaar waren vertrokken ze om de wereld te zien, zeeŽn overstekend en landend op alle kusten die hen gunstig voorkwamen. Andere groepen vluchtelingen vluchten zelfs verder het binnenland om weg te komen van het cataclysme. Ze doorkruisten verschillende bossen, moerassen, rivieren, meren, valleien, heuvels, bergen, ravijnen, gletsjers en vlakten. Iedere keer dat ze een plek vonden die ze gunstig leek voor een nederzetting stopte een grond roep en stichtte daar een stad.
Dus werd de wereld geleidelijk bevolkt en er werden overal waar zij kwamen dorpjes gesticht. Ieder dorp regelde een politiek systeem. Ze kozen hun leiders, die hun dorpen en grondstoffen beheerden. Ze wezen wachten aan, zodat de wetten van de stad werden gerespecteerd. Om deze beginnende hiŽrarchie in stand houden haalden ze goud en zilver uit de mijnen en zij smolten dit om er geld van te maken. Dit idee zorgde ervoor dat geld tussen de steden kon worden uitgewisseld.
Maar in het bijzonder maakte het de uitwisseling van goederen tussen de steden mogelijk. Deze handel verrijkte sommigen terwijl het anderen verarmde. De steden begonnen steeds meer met elkaar te concurreren voor het beheersen van de grondstoffen. Wat ze door handel niet konden krijgen proberen ze via brute kracht te winnen. Zo organiseerde iedere stad een leger, trainde het soldaten om te vechten voor de verrijking van de maatschappij en zijn leiders.
Toen besloot God om hen toe staan om de vriendschap te leren kennen, zodat de mensen zouden ophouden elkaar te doden. Hij verdeelde de ene taal in een veelvoud aan talen. De mensen waren niet langer in staat om de woorden te begrijpen die werden gesproken in de andere steden. De Allerhoogste stond hen toen toe om de talen te leren die zij zelf niet kenden. Deze lessen vereisten dat iedereen zich openstelde voor de cultuur van een ander. Zo besloten ze minder snel om oorlog te voeren omdat ze de ander beter begrepen, vanwege hun inspanningen om de taal te leren van het volk dat ze wilden aanvallen.

Deel VIII: Het Heidendom

De groepen van mensen die wegvluchten van Oanylone hebben zich verspreid over de wereld, en hebben deze bevolkt. Hun nakomelingen hadden steden opgericht, overheden gevormd en hadden geld uitgevonden, dat handel toestond. Maar ze hadden ook oorlog uitgevonden, en om hen aan te moedigen eerder de kennis te gebruiken in plaats van het vechten, heeft god de enige taal in een massa talen verdeeld.
Onder al deze mensen, werd een groep gevormd die op zoek waren naar de goddelijke werkelijkheid. Maar deze groep was net zo onwetend over God, als de rest van het mensdom. De mensen voelden Gods liefde niet meer, omdat ze van hem werden afgeleid. Zij streefden naar een verklaring voor het leven, terwijl het antwoord aan hen gegeven werd. Maar zij konden het niet langer aanhoren en bleven ongevoelig aan Zijn liefde.
De groep besloot dat in elk voorwerp, in elk element dat de mannen en de vrouwen omringt, er een geest was, waarvan de macht hun begrip overschreed. Deze elementaire geesten hadden bovenmenselijke capaciteiten. Zij werden uitgerust met gevarieerde persoonlijkheden en slaagden er nooit in te concurreren met elkaar om te bewijzen wie het sterkst was.
Daarbij, nu ze God niet langer in hun harten sloten, hadden ze een geheel pantheon van valse goden uitgevonden. Aangezien de hemel de aarde beschermt en de bron van licht is, maakten zij de god van de hemel de koning van de goddelijkheden. Zijn bliksem werd snel beroemd en de mensen hadden zeer snel geleerd om het te vrezen. Aangezien het mensendom de deugdelijkheid niet meer kende, waren de goden die zij maakten, net zo corrupt als de mensheid zelve. De koning van hun goden kon zich veranderen in een gouden wolk om zo de zonde van verlangen uit te oefenen met prinsessen.
Om hun veelvoudige goddelijkheid te eren, maakten de mensen: kerken die aan hen geweid werd. Men noemden die kerken: tempels, en zijzelf die als predikers in hun heidendom dienst doen, noemden zichzelf ďpriestersĒ. Ze bedelden voor hulp van hun goden en als terugdienst offerden ze dieren aan hun goden. Terwijl God de mensen had onderwezen dat deze veelvoudige schepsels geŽerbiedigd moesten worden, gebruikten zij het bloed van deze schepselen om hun heidense goden te respecteren en hun valse goddelijkheid te eren.
Maar er was geen liefde voor hun nieuwe goden. Deze werden enkel gebruikt om diensten te krijgen in ruil voor de offers. Algemeen bekent, eerbiedigden deze heidenen hun goden vooral uit angst en vrees, dan uit liefde. Veel steden verzamelden zich in koninkrijken, met als hoofd: de koning. Deze verzochten de heidense priesters om hem hulp te verlenen, zodat hij ook een goddelijke status kreeg. De heidense priesters geloofden dat de toekomst van de steden in dierlijke ingewanden werd geschreven.
Maar er bleef een vacuŁm in het hart van de mannen en de vrouwen. Zij misten iets dat ze vroeger hadden. Zij misten de liefde die God hen wou geven en waar hij op in ruil op wachtte. Dan besloot God dat het ogenblik was gekomen om Zijn verwezenlijking aan zijn doel te herinneren. Hij vond een kind in de stad die Stagirus werd genoemd en onderwees Zijn woord aan het kind zodat de mensheid op die manier de deugd kon vinden. Dit kind werd genoemd: Aristoteles.

_________________

Bisschop in partibus van AntinoŽ †*** Ritter Teutoonse Orde
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
Boek der Deugden 2. De Prehistorie
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Kerkelijke Provincie Keulen :: Aartsbisdom Keulen :: De Bibliotheek :: Scriptorium-
Ga naar: